Glazuur

 
Glazuur is een soort glasachtige laag die we over keramische objecten aan kunnen brengen. Het glazuur heeft in principe twee functies:
          
          
het opheffen van de poreusheid van m.n. de aardewerk scherf, en 
          
versiering.

Glazuur wordt aangemaakt door een aantal poederachtige stoffen te mengen en met water aan te maken. Vervolgens wordt dit papje op het object aangebracht. Daarna moet het gebakken worden, waardoor het glazuur smelt en een geheel gaat vormen met het object. De meeste glazuren zijn glanzend, maar er zijn ook matte en kristallijne glazuren.

Meestal zijn de objecten voor het aanbrengen van het glazuur al een keer gebak-ken. Dat heet ‘biscuit’ bakken. De tweede keer bakken heet dan ‘glazuur’ bakken. Indien glazuur wordt aangebracht op een ongebakken object heet dat ‘rauw glazuren’.

Al lang voor het begin van onze jaartelling werden er glazuren gemaakt. Vroeger werden glazuren allemaal op experimentele basis samengesteld. Men probeerde het een en ander, en ondervond zo wat werkte, en wat niet. Op die manier kwamen glazuurrecepten tot stand die van generatie op generatie werden overge-dragen. Waarom bepaalde samenstellingen wel ‘werkten’ en andere niet wist men meestal niet of nauwelijks. Ook werden de toegepaste recepten vaak zorgvuldig geheim gehouden zodat de ontwikkelingen erg langzaam gingen.

Wanneer je gaat glazuren, dan kun je eigenlijk drie benaderingen kiezen:

    ■  Je koopt een kant en klaar glazuur. Water er bij en glazuren maar.
    ■ 
Je gaat uit van een recept dat je bijvoorbeeld uit een boekje haalt. Je koopt 
        de benodigde grondstoffen.
In de aangegeven verhoudingen mengen, klaar.
    ■  Je stelt je eigen glazuurrecept samen. Dat is vaak een proces van nadenken en
        redeneren op basis van de zg. Segerformule. Dit proberen, problemen tegen-
        komen, weer nadenken, etc, net zolang totdat je een resultaat hebt waar je
        tevreden over bent.

Wanneer je voor optie twee of drie kiest is het handig om wat van de theoretische achtergronden van glazuren te weten. Zo komt het bijvoorbeeld vaak voor dat een bepaalde grondstof die in een recept genoemd wordt niet beschikbaar is, of niet meer gebruikt mag worden. Je moet deze grondstof dan vervangen door een an-dere grondstof. Om dat goed te doen moet je dus kunnen bepalen welke grond-stoffen daarvoor in aanmerking komen, en uit kunnen rekenen hoeveel van de nieuwe grondstof je dan in het recept moet opnemen om uiteindelijk een (nagenoeg)  identiek glazuur te krijgen.

De samenstelling van glazuren is chemisch gezien een heel complex gebeuren, wat voor iemand zonder scheikundige achtergrond moeilijker is te behappen.